Belasting betalen over je beleggingen in box 3? Zo zit het!

Vanaf 1 maart kunnen we weer belastingaangifte doen over 2020. Misschien was jij er, net als miljoenen andere Nederlanders al vroeg bij. Zo ja, lekker bezig! Ben je er nog niet aan toe gekomen en staat het dus nog op je to-do lijstje? Ook helemaal goed, want je hebt dit jaar tot 8 mei om je aangifte inkomstenbelasting over 2020 te doen. Belastingaangifte doen is wellicht niet je favoriete klusje, maar het is wel belangrijk. Jordy heeft in zijn blog al verteld wat je moet weten als je belastingaangifte gaat doen terwijl je een bijbaan in loondienst hebt. In deze blog ga ik specifiek in op het deel van de belastingaangifte dat met beleggen te maken heeft.

Boxensysteem 

Het afgelopen jaar zijn er heel veel mensen begonnen met beleggen. Beleggingen zie je ook terug in de belastingaangifte. Beleggingen kunnen in principe in ieder van de drie boxen van de Nederlandse inkomstenbelasting vallen. Meestal vallen beleggingen in box 3: sparen en beleggen. Er zijn echter ook uitzonderingen. Vastgoed vind je bijvoorbeeld wel eens in box 1. Er is dan sprake van ‘meer dan normaal vermogensbeheer’. Ook een aanmerkelijk belang, wanneer je meer dan 5% van de aandelen van een vennootschap bezit, valt buiten box 3. Je wordt daarover belast in box 2.  In deze blog ga ik nader in op de beleggingen in box 3.

Box 3: sparen en beleggen

Voor veruit de meeste (skere) studenten zullen de beleggingen in box 3: sparen en beleggen vallen. In box 3 plaats je onder meer je spaargeld, contant geld, een tweede woning, financiële producten zoals aandelen, obligaties en ETFs, en cryptovaluta. Op de website van de belastingdienst staat een volledige lijst met welke bezittingen in box 3 vallen

Grondslag sparen en beleggen

Tegenover je bezittingen staan je schulden, zoals rood staan, je studieschuld en een schuld voor het kopen van een auto. Deze kunnen allemaal aan box 3 worden toegerekend. Hier kan je rustig nalezen wat je allemaal als schuld kan opgeven en onder welke voorwaarden. Let op: er geldt een schuldendrempel. Je mag alleen het deel van je schulden dat boven een bepaald bedrag uitkomt opgeven (over het jaar 2020 geldt een drempel van €3.100).  De vermogensbelasting wordt uiteindelijk berekend over je grondslag sparen en beleggen.  Dat is de waarde van je bezittingen minus je schulden, na aftrek van het heffingsvrije vermogen, op 1 januari.

Goed om te weten: In deze blog heb ik het af en toe over vermogensbelasting, maar dan bedoel ik eigenlijk het gedeelte van de inkomstenbelasting (box 3) dat bepaald wordt door je vermogen. Officieel is de vermogensbelasting al sinds 2001 afgeschaft!

Fictief rendement

In box 3 wordt gewerkt met een fictief rendement. Dat betekent dat de belastingdienst doet alsof je een bepaald rendement haalt met sparen en beleggen. Over dat fictieve rendement wordt dan vermogensbelasting geheven. Dit is dus anders dan in box 1, waar over werkelijke inkomsten wordt geheven. Bij de invoering van de Wet Inkomstenbelasting 2001 is er gekozen om te werken met een fictief rendement.

Ontwikkeling van het fictieve rendement

Inmiddels is het 20 jaar na de invoering van box 3. Het is voor studenten van nu moeilijk voor te stellen, maar van 1995 tot 2001 hing de rente ergens tussen de 3% en de 6%. Precies in die tijd is er gewerkt aan deze wet. De wetgever heeft in die tijd gezocht naar een realistisch rendement. Tot 2016 is het fictieve rendement in box 3 gesteld op 4%. We zijn inmiddels zo’n twintig jaar verder en sommige mensen moeten zelfs rente betalen over hun spaargeld. Dan is een fictief rendement van 4% best veel. Sinds 2017 is er een schijvensysteem in box 3. De bedoeling daarvan is om beter aan te sluiten bij de lage rente van tegenwoordig.

Heffingsvrij vermogen

Hartstikke interessant natuurlijk, die informatie over waarom box 3 zo werkt en hoe hoog de rente vroeger was, maar jij wil gewoon graag belastingaangifte doen. Daarom nu meer over de praktische dingen. Box 3 kent een heffingsvrij vermogen. Zolang het totaal van je bezittingen minus je schulden niet boven dat bedrag uitkomt, hoef je geen vermogensbelasting te betalen. Je betaalt alleen belasting over het fictieve rendement van het deel van je vermogen dat boven het heffingsvrije vermogen uitkomt. Voor 2020 is het heffingsvrije vermogen gelijk aan €30.846. Voor 2021 is dit opgehoogd naar €50.000. Heb je een fiscaal partner? Dan verdubbelt jullie heffingsvrije vermogen én de schuldendrempel.

Tarieven over 2020

Het rendement over je vermogen in 2020 wordt berekend met behulp van de onderstaande tabel. Er wordt gewerkt met drie schijven.

Uw (deel van de) grondslag sparen en beleggenPercentage 0,07% fictief rendementPercentage 5,28% fictief rendementGemiddeld fictief rendement van deze schijf
tot €72.79867%33%1,789%
€72.798 tot €1.005.57321%79%4,185%
vanaf €1.005.5730%100%5,28%

Voorbeeld

Stel dat je op een bedrag van €130.846 uitkomt als je jouw schulden van je bezittingen aftrekt. Daar wordt het heffingsvrij vermogen van €30.846 vanaf gehaald. Je grondslag sparen en beleggen is dan €100.000. Dit is het uitgangspunt van de heffing. De belastingdienst berekent het rendement dat jij (fictief) hebt gemaakt over die €100.000 aan de hand van de tabel. Je deelt eerst je grondslag toe aan de schijven: €72.798 reken je toe aan de eerste schijf. €27.202 reken je toe aan de tweede schijf (€100.000 – €72.798 = €27.202). Je hebt niet meer dan €1.005.573, dus er wordt dus niets toegerekend aan de derde schijf.

De eerste schijf

Vervolgens kijk je naar de eerste schijf. De belastingdienst berekent het fictieve rendement over de eerste €72.798 als volgt: over 67% daarvan (€48.774,66) behaal je een fictief rendement van 0,07%. Over de rest van het bedrag (33% oftewel €24.023,34) behaal je een fictief rendement van 5,28%. Je fictieve rendement in de eerste schijf is dan volgens de belastingdienst €34,14 (0,07% van €48.774,66) plus €1.268,43 (5,28% van €24.023,34). In de eerste schijf behaal je dus een fictief rendement van €1.302,57.

De tweede schijf

Van iedere euro boven de €72.798 neemt de belastingdienst aan dat je over 21% van dat bedrag een fictief rendement van 0,07% behaald en over de overige 79% een fictief rendement van 5,28% behaald. Doordat je €27.202 in de tweede schijf hebt zitten ziet die berekening er als volgt uit: over 21% van €27.202 (€5.712,42) behaal je een fictief rendement van 0,07% rente, oftewel €4,00. Over 79% van €27.202 (€21.489,58) behaal je een fictief rendement van 5,28%, oftewel €1.134,65. Je totale fictieve rendement in de tweede schijf is dan €1.138,65 (€4,00 + €1.134,65).

Je totale fictieve rendement

De belastingdienst verwacht dus dat je over die €100.000 een rendement hebt gemaakt van €2.441,22. Dat is namelijk het totaal van de fictieve rendementen in de eerste en tweede schijf (€1.302,57 + €1.138,65). Over dit bedrag ga je nu belasting betalen. Je betaalt over je fictieve rendement een belasting van 30%. De belasting die je moet betalen is dan €732,37 (30% van €2.441,22). Stel dat jouw grondslag over 2020 €100.000 was, dan betaal je €732,37 vermogensbelasting in box 3.

Peildatum

Om je bezittingen en schulden aan te kunnen geven moet je daar natuurlijk wel een bedrag aan kunnen plakken. De waarde van je bezittingen en schulden kan veranderen. De belastingdienst daarom heeft gekozen voor een peildatum, dat is elk jaar op 1 januari. In je belastingaangifte geef je de waarde op die jouw bezittingen en schulden hadden op 1 januari. Aan de hand daarvan wordt dus je rendement bepaald en over dat rendement wordt de te betalen belasting berekend.

Ben je in 2020 begonnen met beleggen?

De peildatum is altijd 1 januari van het jaar waarover je aangifte doet. Dit betekent dus dat je voor je aangifte over 2020 moet kijken naar 1 januari 2020. Ben jij pas in maart 2020 begonnen met beleggen? Dan was de waarde van jouw beleggingen €0 in 2020. Op de aangifte over 2020 moet je dan ook een bedrag €0 invullen.

Al eerder begonnen met beleggen?

Als je op 1 januari 2020 wel beleggingen had, moet je de waarde invullen die deze beleggingen hadden op 1 januari 2020. Er bestaat een grote kans dat deze bedragen al ingevuld zijn. Je broker of bank heeft de benodigde informatie dan al doorgegeven aan de belastingdienst. Je moet deze informatie wel altijd zelf controleren! 

Waarde vaststellen

Hoe kom je dan aan deze informatie? Waarschijnlijk heb je een jaaroverzicht gekregen van je bank of broker, of kan je dit online downloaden. Niet bij iedere partij waar je kan beleggen gaat dit op dezelfde manier. Als je twijfelt, of je kan de benodigde informatie niet vinden kan je het beste contact opnemen met je bank of broker. 

Cryptovaluta

Als je cryptovaluta in je bezit hebt, moet je die ook aangeven in je aangifte inkomstenbelasting. Ook hier gaat het weer om de waarde van je bezittingen op de peildatum. Voor cryptovaluta geldt (net als voor aandelen) het volgende; voor specifieke handelswinsten hoef je in principe niet apart iets aan te geven. Als jij dus wat winst hebt gemaakt met de handel in bitcoin is dat onbelast. Er wordt namelijk alleen belasting berekend over jouw fictieve rendement.

Crypto minen

Ben jij bezig met cryptovaluta minen, dan moet je even opletten. Zodra je met het minen opbrengsten hebt die je gemaakte kosten overtreffen moet je dit gaan aangeven. Het kan dan namelijk zo zijn dat dit belast wordt in box 1 (werk en woning). Als je hier vragen over hebt kan je het beste contact opnemen met de belastingdienst. De moeilijkheid in box 1 is namelijk dat niet alle begrippen al duidelijk bepaald zijn. Wanneer er dus sprake is van een onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden is soms heel moeilijk te bepalen.

Vrijstelling groene beleggingen

Tip van Vic: groene beleggingen. Groene beleggingen kunnen je een belastingvoordeel opleveren. Sterker nog, ze kunnen je eigenlijk twee belastingvoordelen opleveren. Voor groene beleggingen geldt een vrijstelling. De hoogte van de vrijstelling wordt ieder jaar vastgesteld. Voor 2020 is het bedrag vastgesteld op €59.477. De vrijstelling werkt als volgt: de groene beleggingen worden niet gerekend tot je bezittingen voor zover de waarde ervan onder het bedrag van €59.477 blijft. Daarom kan daar geen belasting over worden geheven

Extra heffingskorting groene beleggingen

Groene beleggingen hebben nog een ander voordeel. Naast de vrijstelling geven groene beleggingen namelijk ook recht op een extra heffingskorting. De heffingskorting is 0,7% van het bedrag van de vrijstelling waar je recht op hebt. Als je dus €30.000 aan groene beleggingen hebt, dan heb je ook recht op €30.000 van de vrijstelling. Over dit bedrag wordt dan nog een heffingskorting berekend. 0,7% van €30.000 is €210. Dit betekent dat je van je te betalen belasting ook nog eens €210 mag aftrekken! Ik hoor je denken: goed verhaal, maar wat is dan een groene belegging? Je vindt het hier onder het kopje ‘Groenfondsen’.

Dividendbelasting 

Als je dividend krijgt over je aandelen moet je daar dividendbelasting over betalen. Het bedrijf dat het dividend uitkeert houdt deze belasting voor jou in. Wat je op je beleggingsrekening krijgt is dus al het dividend minus de dividendbelasting. De dividendbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Dat betekent dat het een soort voorschot is op de te betalen inkomstenbelasting. Als je aangifte gaat doen mag je deze dividendbelasting verrekenen. Het bedrag aan betaalde dividendbelasting mag je dus meenemen in je aangifte inkomstenbelasting. Meestal staat dit vooraf al ingevuld. 

Voorbeeld

Een voorbeeld: er is €5 aan dividendbelasting ingehouden in 2020. De totale waarde van je aandelen is minder dan €30.846. Je hebt in box 3 alleen aandelen. Je valt dus onder de vrijstelling in box 3, omdat het totaal van je bezittingen minus schulden niet meer waard is dan €30.846. Dit betekent dat je dus geen belasting hoeft te betalen in box 3. Je hebt echter al €5 aan voorheffing betaald, dat was namelijk de dividendbelasting. Die €5 krijg je dan terug.

Let op: dit geldt voor dividend dat uit Nederland komt. Bij dividend uit andere landen kan je het ingehouden dividend niet altijd (volledig) terugvragen. Dat wordt ook wel het dividendlek genoemd.

Veranderingen 2021

Voor 2021 zijn de percentages en bedragen weer net even anders. Als je dus in maart 2022 klaar zit om je aangifte te doen moet je daar rekening mee houden. Een belangrijk verschil is bijvoorbeeld dat het heffingsvrije vermogen in 2021 naar €50.000 gaat. Ook gaat het belastingtarief wat je betaalt over je fictieve rendement omhoog van 30% naar 31%. Meer informatie over de veranderingen vind je hier.

De toekomst

Box 3 en het fictieve rendement bestaan inmiddels alweer 20 jaar. Het is daarom ook niet verrassend dat er inmiddels wordt gewerkt aan een nieuw wetsvoorstel. Mede vanwege de lage rentestand zijn er toch steeds meer mensen die willen dat box 3 meer aansluit bij de werkelijkheid. Het doel is dat het nieuwe systeem al vanaf 1 januari 2022 ingaat.

Mocht je meer willen weten over het doen van je aangifte inkomstenbelasting, dan organiseren Emma van Skere Student en Emma van Emma’s Tax Law op donderdag 8 april een masterclass over het doen van je aangifte inkomstenbelasting als student (à €13,95). Klik hier voor meer informatie.

Vond jij dit een interessant artikel? Laat het weten in de comments!

Deel dit artikel

Share on facebook
Share on twitter
Share on pinterest
Share on email
Share on print

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *